çekim: geçmiş verwarden · ortaç verward · şimdiki verwart · ulaç verwarrend
köken: From Middle Dutch verwerren, derived from werren (“to confuse, be confused”), originally a strong verb. Analysable as war (“disorder”) + ver- -en, but war, Middle Dutch werre, is deverbal. Cognate with German verwirren. Also related with English war.
aile: verwarring
De garen zijn verward geraakt.
Ik verwar altijd de begrippen 'positiviteit' en 'positivisme'.
Hij was een ridder uit Duinkerke, niet te verwarren met een duin uit Ridderkerk.