boss, chief, superior · employer, manager · strong or tough guy
çekim: çoğul bazen
eş: bestuurder, overste, leider, chef
köken: Etymology tree Proto-Indo-European *bʰā- Proto-Germanic *bō-? Proto-Germanic *baswô Proto-West Germanic *baswō Old Dutch *baso Middle Dutch baes Dutch baas Inherited from Middle Dutch baes (“master of a household, friend”), from Old Dutch *baso (“uncle, kinsman”), from Proto-West Germanic *baswō, from Proto-Germanic *baswô. Cognates include Middle Low German bās (“supervisor, foreman”), Old…
aile: baas boven baas, baasachtig, baasje, bazig, bovenbaas, breinbaas, de baas spelen, eindbaas, huisbaas, de baas zijn
De baas gaf instructies aan het personeel om de deadlines te halen.
Hij is de baas van het bedrijf en neemt de belangrijke beslissingen.
De projectleider is de baas van het projectteam en stuurt de werkzaamheden aan.